Marina Tsvetajeva (1892-1941) is een van Ruslands grootste dichteressen. In haar omvangrijke oeuvre nemen de poëmen, naast lyrische poëzie, toneelstukken en autobiografisch materiaal, een belangrijke plaats in. In de jaren 1920-1922 werkte zij aan een aantal langere gedichten met een sprookje als uitgangspunt, de Sprookjespoëmen 'De Tsaar-Jonkvrouw', 'Op een rood paard', 'Steegjes' en 'De jongen'. Buiten 'De jongen' zijn deze poëmen niet eerder in vertaling verschenen. Naast de vertaling zijn ook de teksten van de sprookjes waar de poëmen op gebaseerd zijn opgenomen.
In alle vier poëmen gaat het om 'Liefde met een hoofdletter'. Voor Tsvetajeva was lichamelijke liefde slechts belangrijk als uitvloeisel van de hoogste vorm van liefde, de liefde van de ziel. Ze eiste een zodanig hoog niveau van liefde, dat haar relaties hier telkens op stuk liepen. In 'De Tsaar-Jonkvrouw' loopt de liefde stuk op het zwakke karakter van de Tsarevitsj en op diens gebrek aan hartstocht. In 'Op een rood paard' wordt aangegeven dat voor het bereiken van de hoogste geestelijke waarden al het aardse geofferd moet worden. In 'Steegjes' komt de geliefde, die kennelijk niet aan de hoogste eisen voldoet, als een rund buiten de deur te staan. Alleen in 'De jongen' wordt aan het hoogst bereikbare voldaan: de geliefden verliezen zich samen in een eeuwig blauw vuur.
Sprookjespoemen 1920 - 1922
Details
De Tsaar-Jonkvrouw, Op een rood paard, Steegjes, De jongen
Auteur: Marina Ivanovna Tsvetajeva
Uitgever: Pegasus
ISBN: 9789061433996
Taal: Nederlands
Bindwijze: Gebonden
Verschijningsdatum: 2015
Aantal pagina's: 351
Tweedehands exemplaar
In perfecte staat


