'Hoe hadden ze elkaar ontmoet? Bij toeval, zoals iedereen. Hoe heetten ze? Wat gaat u dat aan? Waar kwamen ze vandaan? Van de dichtstbijzijnde plaats. Waar gingen ze heen? Weet een mens waar hij heen gaat?’
Zo begint Jacques de fatalist en zijn meester, de grote schelmenroman die de filosoof en encyclopedist Denis Diderot (1713-1784) aan het eind van zijn leven schreef. Zoals bijna al zijn belangrijke boeken – denk aan De droom van d’Alembert en De neef van Rameau – bewaarde hij Jacques netjes in een bureaula voor het nageslacht, want zijn tijdgenoten zouden er toch niets van begrijpen. Inderdaad heeft het boek alles van een dolgedraaid 20ste-eeuws romanexperiment, behalve de onleesbaarheid. Diderot speelt in zijn antiroman voortdurend met tegenstellingen als meester/knecht, werkelijkheid/verzinsel, toeval/noodzaak, vrije wil/voorbestemming, zodat we wel van een spiegelpaleis van paradoxen mogen spreken, maar paradoxaal genoeg blijft alles helder en eenvoudig. En door de aard van de vervlochten verhalen, hoe weinig rechtlijnig die ook zijn, is het boek bovendien behoorlijk erotisch.
Jacques de fatalist en zijn meester
Details
Auteur: Denis Diderot
Uitgever: Het Spectrum
Prisma Klassieken
ISBN: 9789027421029
Taal: Nederlands
Bindwijze: Paperback met stofomslag
Verschijningsdatum: 1978
Aantal pagina's: 236
Tweedehands exemplaar
In zeer goede staat


